Het middelbaar beroepsonderwijs in Nederland kent een groeiend aantal practoraten: expertiseplatforms waar praktijkgericht onderzoek wordt uitgevoerd door en voor het mbo. Volgens het landelijke overzicht van practoraten richten steeds meer instellingen dergelijke platforms op, ook in de creatieve sector. Voor het creatieve vakonderwijs biedt deze ontwikkeling kansen om de verbinding tussen onderzoek, onderwijs en beroepspraktijk te versterken.
In tegenstelling tot lectoraten aan hogescholen zijn practoraten specifiek gericht op het mbo. De practor, vergelijkbaar met een lector, fungeert als boegbeeld en verbindt onderzoekers, docenten, studenten en het regionale bedrijfsleven. Het onderzoek is altijd praktijkgericht: het moet direct bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs.
Betekenisvolle creativiteit
Een goed voorbeeld uit de creatieve sector is het practoraat Betekenisvolle Creativiteit, dat verbonden was aan SintLucas in Eindhoven. Dit practoraat onderzocht de rol van de creatieve mbo-professional in het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken. De centrale vraag was: hoe ziet onderwijs eruit dat lerenden goed voorbereidt op hun essentiƫle rol als creatieve professional?
Het onderzoek richtte zich op drie samenhangende clusters. Ten eerste werd de ontwikkeling van het vormgevingsonderwijs in Nederland in historische en sociaal-maatschappelijke context geplaatst. Ten tweede werd onderzocht welke ingredienten de essentiƫle rol van de vormgevingsprofessional versterken. En ten derde werden ontwerpprincipes opgehaald voor samenwerkingen in het mbo-vormgevingsonderwijs.
Creatief vakmanschap in Amsterdam
Ook in Amsterdam is ervaring opgedaan met een practoraat in de creatieve sector. Het Practoraat Creatief Vakmanschap, verbonden aan het ROC van Amsterdam, onderzocht de economische en maatschappelijke meerwaarde van de creatieve mbo-professional. Een van de opvallende bevindingen was dat slechts een kwart van de mbo-4 afstudeerders een hbo-opleiding succesvol afrondt. De overige gediplomeerden verlaten vaak al voor hun twintigste het formele onderwijs.
Dit gegeven onderstreept het belang van alternatieve leerroutes na het mbo-diploma. Het practoraat ontwierp daarom een nieuwe leeromgeving voor starters uit creatieve disciplines, waarin zij zich makend en co-creerend kunnen blijven ontwikkelen. Een aanpak die nauw aansluit bij de filosofie van No School.
Groeiende beweging
Het aantal practoraten in het Nederlandse mbo groeit gestaag. Eind 2024 had 85 procent van alle mbo-instellingen minstens een practoraat. Deze groei wordt mede gestimuleerd door overheidsbeleid dat praktijkgericht onderzoek in het mbo aanmoedigt. De verwachting is dat dit percentage de komende jaren verder zal stijgen.
Voor de creatieve sector is deze ontwikkeling bijzonder relevant. Juist in een domein waar vakmanschap, innovatie en maatschappelijke betrokkenheid samenkomen, is het belangrijk dat het onderwijs wordt gevoed door actueel onderzoek. Practoraten maken dat mogelijk door de afstand tussen wetenschap en praktijk te verkleinen.
Verbinding met No School
De opkomst van practoraten past in de bredere beweging waar No School deel van uitmaakt. Het initiatief van Cibap en SintLucas heeft met de Academische Werkplaats al langer ervaring met het verbinden van onderzoek en onderwijs. De groei van het aantal practoraten in de creatieve sector versterkt dit netwerk en maakt het mogelijk om kennis breder te delen en toe te passen.