Home / Nieuws / Cross-overs

Cross-overs: wanneer disciplines samensmelten

4 augustus 2025

De grenzen tussen disciplines vervagen in hoog tempo. Ontwerpers werken samen met datawetenschappers, illustratoren met softwareontwikkelaars, en interieurbouwers met duurzaamheidsadviseurs. In het creatieve werkveld is interdisciplinaire samenwerking geen uitzondering meer, maar de norm. Voor het creatieve vakonderwijs betekent dit dat de traditionele indeling in gescheiden opleidingen steeds minder aansluit bij de werkelijkheid.

No School heeft cross-sectorale samenwerking al vanaf het begin als een van de kernpijlers benoemd. Het initiatief stimuleert verbindingen tussen het creatieve domein en sectoren als techniek, zorg en business. Maar hoe vertaal je die ambitie naar concrete onderwijspraktijk?

Waarom cross-overs werken

Wanneer studenten uit verschillende disciplines samenwerken aan een gedeeld vraagstuk, gebeurt er iets opvallends: ze worden gedwongen om hun eigen vakgebied uit te leggen aan iemand die er weinig van af weet. Dat proces van vertalen en communiceren blijkt een krachtige manier van leren. Studenten ontwikkelen niet alleen bredere kennis, maar ook vaardigheden die in de beroepspraktijk onmisbaar zijn: samenwerken, communiceren en flexibel denken.

Bovendien ontstaan in de kruisbestuiving tussen disciplines vaak de meest verrassende oplossingen. Een ontwerper die samenwerkt met een verpleegkundige in opleiding kijkt op een heel andere manier naar de inrichting van een zorgomgeving dan een ontwerper die uitsluitend vanuit esthetische principes werkt. Die verschuiving in perspectief is precies wat het creatieve werkveld nodig heeft om relevante bijdragen te leveren aan maatschappelijke vraagstukken.

Voorbeelden uit de praktijk

Er zijn inmiddels diverse voorbeelden van succesvolle cross-overs in het mbo. Studenten mediavormgeving die samen met techniekstudenten werken aan slimme installaties voor openbare ruimtes. Interieurstudenten die met zorgprofessionals een seniorenwoning herontwerpen. Of modestudenten die met textielrecyclers nieuwe materialen ontwikkelen uit reststromen.

Wat deze voorbeelden gemeen hebben, is dat ze niet werken als losse projecten, maar als structureel onderdeel van het curriculum. De SER heeft in haar advies Toekomstgericht beroepsonderwijs benadrukt dat innovatieve combinaties van leren en werken enorm motiverend zijn voor studenten en dat het kabinet, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven deze meer zouden moeten stimuleren.

Uitdagingen

Cross-disciplinair onderwijs brengt ook uitdagingen met zich mee. Roosters moeten op elkaar worden afgestemd, beoordelingscriteria moeten opnieuw worden gedefinieerd en docenten moeten bereid zijn om buiten hun eigen vakgebied te stappen. Dat vraagt om flexibiliteit op alle niveaus van de onderwijsorganisatie.

Daarnaast is er het risico dat cross-overs oppervlakkig blijven: een gezamenlijke workshop van een middag levert niet dezelfde diepgang op als een langdurig samenwerkingstraject. De kunst is om voldoende tijd en ruimte te creeren voor echte uitwisseling, zonder het specialistische vakmanschap uit het oog te verliezen.

De toekomst is hybride

De trend naar meer interdisciplinaire samenwerking is niet tijdelijk. De complexiteit van maatschappelijke vraagstukken neemt toe, en daarmee ook de behoefte aan professionals die over de grenzen van hun eigen discipline heen kunnen kijken. Het creatieve vakonderwijs heeft de kans om hierin voorop te lopen, juist omdat creativiteit van nature grenzen overschrijdt.

De uitdaging voor de komende jaren is om cross-overs niet als incidentele projecten te zien, maar als een integraal onderdeel van het onderwijs. Dat vraagt om structurele samenwerkingsverbanden met andere opleidingen, met het bedrijfsleven en met maatschappelijke organisaties. No School zet zich in om die verbindingen te faciliteren en te versterken.